Ritme


Leen (32) is opgenomen sinds 3 december 2013. Die dag lijkt als een mijlpaal in haar leven gegrift. ‘Vroeger besefte ik niet dat mijn manier van functioneren en omgaan met dingen die fout lopen, destructief was voor mezelf. Ik vulde alles op, van de eerste tot de laatste seconde van de dag. Ik voelde wel dat ik hard ging en geen stopknop kende, maar ik was ervan overtuigd dat mijn lichaam en geest het zouden volhouden. Dat bleek niet zo te zijn. Ik kon zo niet verder, maar dat had ik zelf niet door. Tot ik op de zorgeenheid angst en depressie terechtkwam. Stap voor stap moest ik inzicht verwerven in mijn problemen en een nieuwe weg zoeken. Wat loopt fout? Waar moet ik mezelf halt toeroepen? Hoe ga ik om met mijn verdriet? Waar loop ik telkens opnieuw vast? Hoe breng ik mijn gevoelens onder woorden? De therapieën zetten je aan om dieper na te denken over jezelf. Ze zijn een handig ‘instrument’ om meer inzicht te verwerven in jezelf. Tijdens de zomermaanden vielen bijvoorbeeld enkele therapiesessies weg. Mijn eerste reactie was: wat moet ik nu doen? Dat was voor mij het bewijs dat ik nog niet omkon met leegte. Het is niet zo dat je meteen een nieuwe versie van jezelf aangeleerd krijgt, maar je zet toch wel stappen in die richting. Eigenlijk beschouw ik mijn opname als een soort leerschool in het leven. Gek genoeg zou ik het iedereen kunnen aanraden.

Tijdens haar opname botst Leen ook op grenzen. Ze moet leren omgaan met haar eigen limieten en met het stigma dat de maatschappij telkens weer op psychiatrische patiënten kleeft. Sinds enkele maanden neemt Leen samen met enkele medewerkers van het ziekenhuis, enkele buurtbewoners en drie andere patiënten van Rif deel aan zumbalessen op het domein. ‘De combinatie van dansen en spierversterkende oefeningen op ritmische muziek is voor mij de ideale uitlaatklep. Tijdens de lessen kan ik mijn hoofd leegmaken en ontspannen. Eventjes ben ik niet met mijn problemen bezig. De piekerknop gaat af. Ik beschouw sport ook als een noodzakelijke aanvulling op de behandeling. Verbale therapieën zijn zeer zinvol voor mij, maar door de fysieke inspanning kan ik ook veel negatieve energie kwijt. Soms kom ik tijdens de zumba ook mezelf tegen. Neem nu een eenvoudige oefening als je been omhoog zwieren, die kan je eigenlijk op tien manieren doen. Je heft je been twee centimeter van de grond of je springt een meter in de lucht. Waar ligt mijn grens? En voel ik die grens op tijd aan? Dat is voor veel mensen op Rif een belangrijke vraag. Ik denk dat de meeste mensen dit pas aanvoelen wanneer ze over hun limiet gaan. Het goede aan zumba is dat je op een heel onschuldige manier je grenzen leert bewaken. Je geraakt er hoogstens van buiten adem.

Het feit dat ook mensen van buiten het ziekenhuis deelnemen aan de lessen, is voor Leen een absolute meerwaarde. ‘Het gevoel geïsoleerd te zijn van de maatschappij is onvermijdelijk wanneer je in een psychiatrisch ziekenhuis wordt opgenomen. Je voelt je geen deel meer van de samenleving. Er is het leven in het ziekenhuis en het leven erbuiten. In het begin dacht ik dan ook dat iedereen op mijn voorhoofd kon aflezen dat ik patiënt was.

Ik probeerde me verborgen te houden voor anderen, uit schrik dat ze me als ‘zottin’ zouden behandelen. Want voor ik hier zelf beland ben, plakte ik ook een etiket op psychiatrische patiënten: het zijn anderen, je denkt dat jij nooit tot die groep zal behoren. Tot je zelf opgenomen bent. Naarmate de maanden vorderen, verdwijnt dat idee wel. Hoe? Door keer op keer de confrontatie met buiten aan te gaan. Ik vind het belangrijk dat je voeling met de buitenwereld blijft behouden, want het is toch de bedoeling dat je je leven in de maatschappij opnieuw oppikt. Daarom vind ik het zo goed dat er zumbalessen georganiseerd worden waaraan ook buurtbewoners en medewerkers deelnemen.  

Na een opname van iets langer dan een jaar, durft Leen stilaan weer verder kijken dan de grenzen van het ziekenhuis. Ze droomt opnieuw van een ‘normaal’ leven. ‘Beetje bij beetje bouw ik aan mijn nieuwe weg. Ik verlang terug naar een eigen stekje. Op termijn wil ik ook weer gaan werken.’ Stilletjes aan deint Leen weer mee op de ritmische tonen van het leven. Van haar eigen leven.