Roos

Kort na de geboorte van haar eerste kindje besluit Karolien* (30) in dagbehandeling te gaan op de Moeder-Baby- Eenheid. ‘Mijn dochtertje was ziek en had vaak last van huilbuien. Van ’s middags tot ’s avonds laat. Troosten hielp niet. Ik sliep weinig. Je denkt: ik ga ervoor. Mijn buikgevoel zei me dat er iets niet klopte. Het kon toch niet dat mijn kindje zo moest afzien? Maar ik durfde niet meteen terug op consultatie bij de kinderarts, ik wilde geen flauwe mama zijn.’ Uiteindelijk bleek dat Roos* last had van een koemelkallergie. Ze kreeg aangepaste pap en vanaf dat moment ging het beter. Dat was het moment waarop Karolien instortte. ‘Ik was moe, ik huilde voor het minste, ik voelde me heel onzeker. Ik had me nog nooit zo ongelukkig gevoeld. Eigenlijk kende ik mijn eigen dochter niet, ik herkende haar signalen niet. Ik was zo bang om iets verkeerds te doen. Zelfs bij het geven van de papfles, voelde ik de angst door mijn lichaam gieren. Uit onzekerheid zocht ik naar tips op het internet. Maar als het anders liep dan voorgeschreven stond op het web, dan begon ik te panikeren. Ook Roos werd onrustig, het werkte niet tussen ons. Ik kwam in een negatieve spiraal terecht, tot ik ’s ochtends niet meer uit bed wilde. Hulp wilde ik in eerste instantie niet aanvaarden. Ik moest en zou alles alleen doen. Ik wilde niet dat mijn man een papflesje gaf, uit schrik dat hij iets verkeerd zou doen. Ik dacht: ik ben de mama, ik moet voor Roos zorgen.’ Op aanraden van haar moeder, ging Karolien naar de huisarts. Hij schreef haar antidepressiva en wat rust voor. ‘Maar dat volstond niet, ik wist dat er iets moest gebeuren. Een vriendin raadde Karolien de Moeder-Baby- Eenheid aan en ze maakte een afspraak voor een intakegesprek.

‘Het was mijn geluk dat ik zelf snel door had dat er iets mis was, ik erkende mijn eigen problemen.’ Al betekent dat niet dat Karolien geen grenzen moest verleggen. ‘Het intakegesprek was de moeilijkste stap. Dat was echt confronterend. Ik dacht, is het zover met mij gekomen dat ik met Roos in een kamertje moet zitten, weg van mijn familie? Je verwacht een roze wolk en dan kom je in een ander uiterste terecht: opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Het was verschrikkelijk. Eigenlijk wilde ik zo hard mogelijk wegrennen. Gelukkig weerklonk de stem van mijn vriendin in mijn hoofd. Ik wist: ik moet hierdoor.’

En Karolien zette door en kwam in dagbehandeling op de Moeder-Baby- Eenheid. ‘De keuze voor dagbehandeling was snel gemaakt omdat ik niet gescheiden wilde zijn van mijn gezin. Ik wilde de verbinding met buiten behouden. Overdag kwam ik met Roos naar het ziekenhuis en ’s nachts bleef ze bij mijn schoonfamilie, zodat ik voldoende nachtrust had. Ik vond snel mijn plekje op de zorgeenheid. Hoe meer ik kwam, hoe zekerder ik me voelde. De gesprekken met de psychiater, de psycholoog, maar zeker ook met de andere mama’s deden me veel deugd. De andere moeders gaan ook door een moeilijke periode en het contact met lotgenoten schept een band. De behandeling was wel heel intensief. De ganse dag voer je gesprekken, probeer je problemen en angsten onder woorden te brengen. Je keuvelt met andere mama’s en zorgt voor de baby’s. Ik vertrok thuis rond 7 uur en kwam rond 20 uur terug aan. Dat zijn lange, uitputtende dagen.’

Beetje bij beetje klom Karolien samen met Roos uit het dal. ‘Stap voor stap leerde ik Roos opnieuw beter kennen. Als ik geen gesprek had met de hulpverleners, was ik met haar aan het spelen of in de babymassage. Door te kiezen voor een opname, ben ik snel hersteld. Ik denk dat mijn band met mijn dochtertje er anders had onder geleden. Nu voelen we ons terug een gezin met ons drietjes. Het is fijn om samen naar de winkel te gaan, te wandelen, te spelen of samen foto’s te maken. Kortom, om het prille gezinsgeluk te ervaren. De dagbehandeling heb ik rustig afgebouwd. Eerst kwam ik vijf dagen per week, dan vier, dan drie, zoals ik het zelf aanvoelde. Ik kreeg een behandelprogramma op mijn maat, aangepast aan mijn noden. Nu voer ik af en toe nog gesprekken met de psychiater. Maar wat me nog meer houvast biedt, is het blijvend contact met de vier mama’s die samen met mij in dagbehandeling waren op de Moeder-Baby-Eenheid. We horen elkaar nog vaak via onze Facebookgroep. We sturen elkaar berichtjes, foto’s en steunen elkaar als we het eventjes moeilijk hebben. Morgen gaan we samen uit eten, gewoon lekker genieten. Nooit gedacht dat ik aan zoiets negatiefs ook vriendschappen zou overhouden.’

‘Sinds ik weer beter ben, durf ik met mijn verhaal ook naar buiten komen. Elke keer dat ik op babybezoek ga, is het alsof iedereen aan overacting van geluk doet. Alle baby’s zijn precies goede slaperkes. Iedereen is precies een supermama. De roze wolk, je weet wel. Pas toen ik zelf vertelde over mijn ervaringen, kreeg ik andere verhalen te horen. Opeens geven andere mama’s toe dat ze het ook heel moeilijk hebben. Jammer genoeg wordt een postpartumdepressie niet als een ziekte beschouwd, maar als een zwakte.’ Ook aan haar baas vertrouwde Karolien haar verhaal toe, maar niet aan andere collega’s. ‘Tegen hen zwijg ik, omdat ik mijn carrièrekansen niet wil opblazen. Ik vertel mijn relaas graag aan vrienden en familie, maar ik vrees dat collega’s er minder begrip voor opbrengen. Ik heb ook niet voldoende energie om als eerste het taboe te doorbreken op het werk.’

Roos is ondertussen zes maanden en het gaat goed met Karolien. Ze werkt opnieuw vier dagen per week. ‘Ik moet nog een balans vinden tussen mijn werk, mijn sociaal leven en mijn gezinsleven. Ik zou het nu ook een overwinning vinden om een tweede kindje te krijgen. De wolk mag dan toch wel iets rozer zijn voor mij. En als dat niet zo is, dan zou ik sneller hulp inroepen.’

*Karolien en Roos zijn schuilnamen.