Vallen  


Kwetsbaarheid, dat is wat Ingrid (59) uitstraalt. Ze is een eenzame vrouw. Maar vandaag heeft ze een goede dag. Ze praat en ze lacht. Haar leven is getekend door haar slechte jeugd, haar afwezige moeder en zes opnames in het PZ Bethaniënhuis. Om in contact te komen met anderen, komt ze op vaste dagen naar Kameleon of Tracé 7. Daar is ze graag creatief bezig. Werken met riet, dat geeft haar voldoening.

‘Tijdens mijn opnames in het Bethaniënhuis ben ik in contact gekomen met de ateliers van Tracé 7. Computer, klei, riet, semi-industrieel atelier, ik heb het allemaal gevolgd. Vooral het rietatelier vind ik fijn, dat doe ik ondertussen al meer dan vier jaar. Het ontspant me en het doet deugd om iets moois te maken. Zo heb ik een poef gemaakt, twee kastjes voor mijn stacaravan, een mand voor mijn breigerief en een bakje voor mijn tv en videospeler. Na mijn opname in het Psychiatrisch Ziekenhuis heb ik me ook ingeschreven op Kameleon, een ontmoetingsplek. Daar ga ik nu elke donderdag naartoe om creatieve dingen te maken, zoals handwerk of kaartjes. Als we een steek laten vallen of vast zitten, krijgen we hulp van de begeleiding. In het administratief atelier van Tracé 7 leer ik met de computer werken. Eerst leerde ik e-mails versturen, daarna opzoeken op het internet. Nu zoek ik thuis op de website van De Lijn met welke bus ik tot hier kan komen.’

Tracé 7 en SAS betekenen veel voor Ingrid. ‘Ik woon alleen en ik vind het moeilijk om onder de mensen te komen. Zonder Tracé 7 of Kameleon zou ik haast niet buiten komen. Nu leg ik toch wat contacten. Ik vind het goed dat mensen die alleen zijn op die manier ergens een toevlucht vinden. De begeleiders zijn ook vriendelijk. Echt vriendelijk. Want gemaakt, dat moet ik niet hebben. Ik ben soms erg op mezelf, maar de begeleiding probeert me toch te betrekken. Als ik met een probleem zit, dan kan ik erover spreken. Niet dat ze me zeggen wat ik moet doen, maar ze geven toch suggesties.’

Ingrid neemt altijd dezelfde weg naar Zoersel. ‘Ik ga niet graag ergens naartoe waar ik nog nooit geweest ben. Aan uitstappen durf ik niet deelnemen omdat ik last heb van angsten. Eens was er een omleiding op weg naar hier en dan geraak ik in paniek. Ik wist niet meer waar ik was of waar naartoe. Toen heb ik een ongeval gehad. Daarom neem ik altijd vaste wegen.’

Ingrid voert dag in dag uit een gevecht om haar leven te aanvaarden. ‘Mijn ex-man is eigenlijk de enige die me niet heeft laten vallen. Mijn ouders zijn dood. Mijn broer heeft zelfmoord gepleegd. Mijn zus zie ik niet meer. Ze kan geen begrip opbrengen voor mijn situatie. Ik heb twee dochters, maar ook met hen heb ik bijna geen contact meer. Ook zij hebben me laten vallen.’ Die eenzaamheid maakt Ingrid soms heel kwetsbaar. ‘Wanneer we iets maken voor Sinterklaas bijvoorbeeld, dan denk ik aan mijn kleinkinderen. Ik heb er drie. De oudste wordt 19, de andere 14 en de jongste is 11. Maar ik zie hen nooit. Ik kan het niet verwerken dat mijn kinderen me hebben laten vallen. Zeker van mijn jongste dochter vind ik dat moeilijk om te begrijpen. Vroeger was ze een moederskindje, ze week niet van mijn zijde. Vandaag stuurt ze me alleen nog een sms’je voor mijn verjaardag, Moederdag of Nieuwjaar. Maar in geen enkel bericht spreekt ze me nog aan als ma. Soms zak ik in een put en trek ik mezelf niets meer aan. Dan lig ik op de zetel … Ik heb het nu toch al twee jaar volgehouden zonder opname, dat is al langer dan de vorige keer.’

Net zoals zovele kwetsbare mensen, stuit Ingrid vaak op onbegrip in de maatschappij. ‘Andere mensen begrijpen mijn situatie vaak niet. Ik denk dan: ik heb zoveel meegemaakt. Als ik het allemaal moet opnoemen, zitten we hier morgenvroeg nog. Maar er is zoveel onbegrip. Dan zeggen ze dat ik komedie speel. Zelfs mijn huisarts gelooft niet dat ik antidepressiva nodig heb.

Vandaag gaat het goed met Ingrid. ‘Maar met de feestdagen zal ik het weer moeilijk hebben. Gelukkig kan ik uitkijken naar de lentemaanden, dan kan ik weer naar mijn stacaravan trekken. Daar vind ik rust.’

Ingrid