Behandeling op intensieve behandeleenheden: wat is het resultaat?

De Intensieve Behandeleenheden (IBE) richten hun behandeling tot personen die voortdurend met zichzelf en hun omgeving komen vast te zitten. Patiënten worden vaak omschreven als ‘moeilijk behandelbaar’. Velen krijgen dan ook de diagnose persoonlijkheidsproblematiek en/of borderline. Patiënten worden steeds doorverwezen vanuit een andere setting waar de aangeboden behandeling onvoldoende of niet tot resultaten leidt. Het is niet steeds helemaal duidelijk wat uiteindelijk het resultaat is van de behandeling op IBE. Daarom startte verpleegkundig specialist Susanne Cuijpers in 2014 op de twee IBE’s met een kwalitatief onderzoek. Ze nam interviews af bij 15 ex-patiënten uit heel Vlaanderen.  


Wat leert het verhaal van patiënten ons?

Op het effect van de behandeling zoals beschreven door patiënten zelf op lange termijn werd minder gefocust in voorgaand onderzoek. Welke interventies zijn werkzaam? Waar liggen er nog werkpunten en wat ervaren patiënten na een verblijf op IBE?

  1. Wanneer hulpverleners inspelen op de motivatie en veranderbereidheid van patiënten, kan dit een positieve invloed hebben op het slagen van een behandeling. 
  2. Een therapeutisch milieu waarin eigen verantwoordelijkheid, structuur en veiligheid centraal staan, wordt als helpend ervaren door patiënten.
  3. Het feit dat er tijdens de opname ruimte is voor laagdrempelige activiteiten waarvan patiënten kunnen genieten, lijkt een positieve invloed uit te oefenen op de ervaren levenskwaliteit.
  4. Een behandeling die in eerste instantie gericht is op de relatie van hulpverleners met de patiënt - met nadruk op erkenning, beschikbaarheid, echtheid, nabijheid en aanmoediging - wordt positief ervaren door de patiënten.
  5. De behandeling verloopt doorgaans minder moeizaam wanneer hulpverleners zich regelmatig in de patiëntengroep begeven en ook deelnemen aan normale, dagdagelijkse activiteiten. Zo krijgen patiënten voor eventjes het gevoel dat we allemaal ‘gewone mensen’ zijn.
  6. Het feit dat de meeste patiënten erkenning van hulpverleners ervaren, heeft een positieve invloed op de behandeling.
  7. Doorgaans beschrijven patiënten een positieve ervaring van de behandeling na afloop van hun opname. Patiënten merken veranderingen in hun gedrag en denken, gaande van het verminderen of stoppen van automutilatie, het op een andere manier oplossen van conflicten, genuanceerder denken, enz.
  8. Patiënten stellen dat het helpt wanneer hulpverleners hen meer inzicht verschaffen in hun persoonlijke evolutie tijdens de behandeling.  


Kritische kijk op dagelijkse werking

De resultaten tonen aan dat ex-patiënten op een positieve manier terugkijken naar hun opname en een verandering in hun ‘zijn’ gewaarworden ten gevolge van de doorlopen behandeling. Dit heeft een belangrijke betekenis voor de praktijk. Het wordt immers duidelijk dat een behandeling op een IBE werkzaam kan zijn en ertoe kan leiden dat de patiënt een manier vindt om de cyclus van herhaalde opnames in verschillende gespecialiseerde ziekenhuizen te doorbreken. Nu wordt het zelfs mogelijk om uit het ziekenhuis te vertrekken en met of zonder begeleiding alleen te wonen. Dit onderzoek maakt m.a.w. duidelijk dat er ook voor deze groep van patiënten met een complexe problematiek behandelmogelijkheden bestaan.  

Toch kunnen bepaalde aspecten gerichter opgevolgd worden tijdens de behandeling. Het team van hulpverleners kan bijvoorbeeld tijdens de opname op regelmatige tijdstippen een terugkoppeling geven over de evolutie van de behandeling, zodat de patiënt een duidelijker beeld krijgt van zijn of haar vorderingen. Het is ook zinvol dat teams weten hoe patiënten terugkijken naar hun opname. Opgenomen patiënten voelen zich vaak hopeloos over de toekomst en hebben weinig vertrouwen in verbeteringen. Wanneer hulpverleners weten wat een opname kan bewerkstelligen, kunnen ze opgenomen patiënten ook meer hoop geven.