De reisgezellen van HOoP 

 

                                

 

Er waait enige nieuwe wind doorheen de bomen op het domein van PC Bethanië. Menig zoekend volk passeert elkaar kruiselings dag na dag. Hier en daar een begroeting, een schouderklopje, een bulderlach, ook eens een schelle kreet. Rugzakken, trolleys, koffers en valiezen worden telkens weer gevuld en geleegd. In het komen en gaan, loopt men meermaals verloren en golft er een nood aan, zie mij, hoor mij en help mij vinden. In herkenning, samenhorigheid en gelijkwaardigheid vindt men elkaar. Een gloednieuwe trein van HOoP staat uitnodigend op de rails.     


Ik heb mijn ticket al verdiend, maar ik weet niet of ik wel mag of kan opstappen.


Ik heb nog geen ticket, maar wel veel bagage. 


Ik zou graag terugkeren naar een vroegere bestemming, maar met een ander doel. Ik neem mijn vorig reisverhaal mee. 


Met gemengde gevoelens stap ik op de trein. De bestemming roept vragen op. 


Ik besluit op te stappen. Mijn rugzak is goed geordend, maar een wieltje van mijn bagagetrolley hapert. 


Met veel gekraak en gepiep trekt de trein zich op gang. De wissels zijn goed gezet. Moeizaam komen gesprekken op gang. Ieder heeft zijn verhaal. 


Hier herken ik de omgeving, maar voelt het ook zo anders aan, als in een ander seizoen. 


Ik reisde wel vaker door dit landschap, dan wel met een ander vervoersmiddel, maar nu ken ik de bestemming niet. De trein wiebelt en rammelt zo erg dat het trekken aan de noodrem af en toe lonkt. Ze nadert aarzelend, steunend, een eerste station. Toeristen, passanten, zakenpartners stappen op. 


Het heeft me een half leven en verschillende pogingen gekost om hier te geraken. Nu ben ik eindelijk in het station. Hopelijk vertrekt de trein niet te snel zodat ik m’n tijd kan nemen om aan te pikken en op snelheid te komen.