Kortsluiting in mijn hoofd

Interview met Brenda Froyen


Op 28 april 2017 komen Brenda Froyen en Stefaan Baeten naar Zoersel met hun gloednieuwe Te Gek!?-theatervoorstelling ‘Kortsluiting in mijn hoofd’. De voorstelling gaat over behandelingen in de psychiatrie, vroeger en nu. Het is een dialoog tussen patiënt en hulpverlener, verbonden door een mooi staaltje muziek.

Brenda is een vlotte Limburgse en taalvaardige dame, die geen blad voor de mond neemt. Een veelbesproken en intrigerend persoon en na dit gesprek begrijp ik ook waarom.


Wie is Brenda Froyen?

‘Moeder van drie zonen en getrouwd met Jan, de man van mijn leven’, antwoordt ze meteen. Ze benadrukt hierbij dat ze vooral een moeder is, net zoals andere moeders. Naast mama is ze ook lector Nederlands aan de hogeschool en schrijfster. Dit is voor haar heel belangrijk, ‘een droom die uitkomt’. Ze heeft intussen twee boeken geschreven, ‘Kortsluiting in mijn hoofd’ en ‘Uitgedokterd’. Momenteel werkt ze aan haar derde boek, een novelle voor Te Gek!? 

De Te Gek!?-voorstelling ‘Kortsluiting in mijn hoofd’ blijkt een idee van Stefaan Baeten, algemeen directeur van PC Sint- Hieronymus in Sint-Niklaas. ‘Limburgers onder elkaar, het klikte meteen’, lacht Brenda. ‘We spraken geregeld over wat er beter kan in de geestelijke gezondheidszorg. Toen kreeg Stefaan, die zelf pianist is, het idee om samen een theatervoorstelling te maken in het kader van Rode Neuzendag en de opbrengst aan een goed doel te schenken. Na amper twee optredens in het Museum Dr. Guislain hadden we meer dan 2.000 euro verzameld. Marc Hellinckx van Te Gek!? kwam kijken en sprong mee op de kar.’

‘Het vertrekpunt voor de voorstelling zijn een aantal liedjes die ik geschreven heb tijdens mijn opname’, vertelt Brenda. Terwijl ze dit vertelt, duikt Brenda terug in haar verleden in de psychiatrie. ‘Tijdens mijn manische periodes was ik heel creatief. Toen kwamen er vrij gemakkelijk liedjes in mijn hoofd op. Aangezien ik geen noten kon lezen, vroeg ik eerst aan de verpleging om de liedjes mee te onthouden. ’s Avonds gaf ik ze door aan mijn man, die wel iets van muziek kent. Het bleek al snel efficienter om de liedjes in te zingen op mijn gsm. Nadien heb ik de liedjes samen met Stefaan afgewerkt voor deze voorstelling.’


Wat willen jullie met de voorstelling bereiken?

Brenda formuleert meteen drie doelstellingen. ‘Het hoofddoel is de traumatische ervaring van dwang en drang in de psychiatrie aankaarten: hoe is het als patient om opgenomen te worden en in de afzonderingskamer te belanden? Daarnaast wil ik ook de creativiteit (van psychose) benadrukken. Mijn liedjes zijn het resultaat van een psychose. Psychose kan ook iets positiefs creeren. Zonder psychose te willen promoten, vertel ik in mijn voorstelling heel openlijk over mijn waanzin. Ik wil met humor mensen bereiken en de grens tussen realiteit en waanzin, tussen creativiteit en waanzin proberen te verlagen en vervagen. Tenslotte wil ik ook uitpakken met mijn talenten. Het is niet omdat je psychische problemen hebt, dat je niets meer kan.’


Terug naar Zoersel

Brenda Froyen was zelf opgenomen in PZ Bethanienhuis. Hoe voelt het om hier terug te komen met deze voorstelling?

‘In PZ Bethanienhuis beleefde ik mijn beste en mijn slechtste opname, en dat in een ziekenhuis. Het klimaat op de verschillende zorgeenheden is er erg verschillend. Op de crisisafdeling maakte ik een enorm moeilijke periode door, met veel pijn en traumatische ervaringen door de isoleercel. Met Moeder-Baby-Eenheid heb ik heel goede ervaringen. Zorgeenheden als deze zijn zeker een mooi voorbeeld van hoe de psychiatrie anders kan. Daar zitten de hulpverleners nauwelijks in de visbokaal achter de computer, ze zijn er constant in de weer voor de mama’s en hun kindjes. Als ik een goede raad mag geven aan het ziekenhuis: kom uit die visbokaal! Ik sta zeker niet rancuneus tegenover PZ Bethanienhuis. Ondertussen heb ik ook al een lezing gegeven en dat was fijn. Achteraf had ik graag willen spreken met een verantwoordelijke, maar die was al gauw weg. In dialoog gaan, is belangrijk, maar niet gemakkelijk. Niet voor patiënten en niet voor hulpverleners, ook niet na een opname. Voor mij is dit geen verhaal van ‘gelijk krijgen’. In de psychiatrie wordt er vaak gepolariseerd in ‘wij’ en ‘zij’, maar er is maar een gemeenschappelijk doel en dat is mensen beter maken. Dit kan enkel door het samenleggen van kennis van de patient over zichzelf in combinatie met de raad van de expert. Naar patiënten luisteren, kan soms zo’n mooi resultaat opleveren.’


Omstreden figuur

‘De voorstelling is kritisch. Stefaan brengt verhalen uit de geschiedenis van de psychiatrie en stelt kritische vragen als: ‘Hoe ver staan we nu?’, ‘Is het nu beter?’. Stefaan verzacht en nuanceert veel, maar doet ons ook nadenken over wat we aan het doen zijn. Tijdens de try-out in UPC Kortenberg werd de voorstelling door een aantal mensen te kritisch bevonden. Een directeur van een ander psychiatrisch ziekenhuis koos ervoor om de voorstelling niet te laten doorgaan. Spijtig vind ik, want de psychiatrie kan naar mijn mening een eye-opener gebruiken. Ik begrijp dat het dwangverhaal niet altijd geschikt is voor het grote publiek, maar ziekenhuizen kunnen er ook voor kiezen om de voorstelling enkel intern te laten doorgaan.’ 

Brenda beseft dat ze vaak als een omstreden figuur wordt aanzien en die rol valt haar soms moeilijk. ‘Soms krijg ik wel eens reacties als ‘mijn team heeft het moeilijk met u’ of ‘ze zijn tegen u’. Maar wat moet ik daarmee? Net als iedereen word ik liever graag gezien. Ik doe nooit dingen met slechte bedoelingen. Ik wil niemand overtuigen van mijn gelijk, ik wil gewoon dat mensen naar mij luisteren, ook hulpverleners. Vorige zomer was ik het zo beu om als klokkenluider te fungeren, dat ik eraan dacht te stoppen. Maar dan trek ik mij op aan de positieve reacties en besef ik dat ik toch geen afstand kan nemen. Ik ben blij dat ik nog welkom ben in Zoersel, het is voor mij een schrijversdroom die uitkomt.’