Thuis?  

 

                                                

 

Wat betekent thuis voor jou als je een langdurig traject in de psychiatrie achter de rug hebt? Mona en Paul vertellen hoe zij een thuis vonden in de langdurige zorg van PZ Bethaniënhuis en bij Beschut Wonen De Sprong.


Mona: ‘Waar mijn koffie, mijn sigaretjes en mijn bed staan, daar ben ik thuis. Ik mis nu al zes jaar een zetel, waarop ik rustig mijn sigaretje kan roken, mijn hond kan knuffelen en mijn sokskes kan breien. Maar ook zonder die zetel voel ik me hier thuis. Zeker en vast. Hier kreeg ik mijn waarde terug. Buiten liep ik altijd met stekels op, maar hier zijn de mensen extra lief en dat maakt je zacht vanbinnen. De psychiatrie heeft niet alleen mijn leven gered, maar heeft er ook voor gezorgd dat ik gelukkig ben. Gewoon hier zitten, het zonneke dat schijnt, mijn kaarsjes, mijn koffie, mijn sigaretjes: dat is geluk.’


‘De eerste opname was een hel. Ik in ’t zottekot? No way! Er was niks mis met me, als ik maar werk vond, dan zou alles wel in orde komen. Maar eigenlijk was ik al psychotisch sinds mijn vijftiende. Ik voelde me slecht, had visioenen en hoorde stemmen in mijn hoofd. Stress, zei de dokter altijd. Had men mij toen medicatie voorgeschreven, dan had ik nu misschien werk en een gezin. Op mijn zevenentwintigste was ik zo uitgeput dat ik niets meer de baas kon. Ik had al mijn bruggen verbrand, ik kon mijn huishouden niet meer aan en wilde dood. De dag na mijn opname werd ik wakker met de zon op mijn gezicht. En ik dacht: tiens, zo vredig ben ik nog nooit wakker geworden. Dit zou wel eens iets kunnen worden.’


‘Op deze zorgeenheid woon je niet alleen. Het is niet gemakkelijk om geconfronteerd te worden met de demonen en zwakheden van de anderen. Je moet kunnen vergeten en vergeven. Maar dat roepen, daar wen ik niet aan. En dan besef ik dat ik ook zo ben als ik een psychose heb. Dat wederzijds begrip zorgt wel voor een gevoel van veiligheid. Ik weet dat ik daar buiten niet op kan rekenen.’


‘Ik zit nu in een tweestrijd: naar Beschut Wonen gaan, of toch naar het psychiatrisch verzorgingstehuis. Op dit moment lijkt PVT toch een beetje te beschermend voor mij. Ik zou graag nog het gevoel hebben dat ik zelfstandig leef. Ik werk daar hard aan: ik ga naar de winkel, ik brand kaarsen en wierook, ik doe aan kunst, breien en handwerk. Ik moet voor mijn hond zorgen. Verzorgingsproducten in huis halen, proper zijn, de juiste dingen eten, ziekenhuisrekeningen betalen, mijn geld beheren.’


‘Je moet je voorstellen dat je de griep hebt: opeens kan je al die dingen niet meer doen. Je moét wel op bed gaan liggen. Zo is een psychose. Als je in de psychiatrie zit en de dokters laten je in je bed liggen en sigaretten roken, dan wil dat zeggen dat je dat nodig hebt. Dan ben je geen profiteur, maar een heel zieke mens. Iemand die nergens anders nog een kans krijgt, behalve hier.’


Paul: ‘Ik heb mijn plek gevonden. Die beeldjes heb ik gisteren allemaal afgewassen met Cif. Ik ben praktiserend gelovig. Ik luister naar radio Maria. Drie à vier keer per week ga ik naar de mis. Omdat ik geen tegenslag wil hebben. De laatste tijd heb ik gelukkig al wat meevallers gehad: ik drink niet meer, ik rook minder, ik wandel. In de namiddag ga ik gewoonlijk twee uur wandelen. Het is een mooi park hé, je zit hier midden in de natuur.’


‘Ik ben hier al sedert 1998 en al twee jaar in Beschut Wonen. Sindsdien rook ik 170 euro per maand minder. Het marcheert goed, ja. Ik heb mezelf herpakt. Vroeger woonde ik in zorgeenheid Vallei, maar het gedrag van de patiënten daar stoorde me. Die beginnen soms te roepen. Daarom ben ik blij dat ik naar Beschut Wonen kon. Het is rustiger. De mensen zijn hier ook niet streng en heel joviaal. We zitten met vijf boven en vijf beneden. We maken geen ruzie. Straf hé?’


‘Ze komen hier kuisen, maar je moet er wel voor betalen. En voor sommige dingen moet je ook zelf naar de winkel gaan. Ik ga wel nog eten op Vallei. Het is gratis, waarom zou ik dat niet aanpakken?’


‘Al die kruisjes die je hier ziet, komen uit een kerkwinkel. Kost veel geld, hoor. Op mijn zeventiende heb ik iets meegemaakt, iets met het geloof. Ik heb veel bittere tegenslag gekend. Ik heb mijn kruis gedragen, zoals je hier ziet. Nu heb ik een plek gevonden, een warm nest. Dan zit ik hier op bed en kijk ik tv. Tegenwoordig verkopen ze dat in de Ikea, zo’n bed met kussens erop.’


Deze bijdrage werd integraal gepubliceerd in Een kwestie van tijd. Over langdurige zorg in de psychiatrische kliniek, Epo, 2017.