“Sinds mijn kinderen het huis verlieten, voelde ik een enorme leegte. Ik had minder eetlust en mijn nachten waren steeds onderbroken. Ik piekerde voortdurend, vond geen rust en werd overstelpt door onverklaarbare angstgevoelens. Regelmatige gedachten aan de dood overmanden me.
In samenspraak met de huisarts en mijn man viel de beslissing voor een opname op de depressieafdeling. Wat aanvankelijk een erg moeilijke beslissing was, resulteerde in een proces van harde therapeutische arbeid: groepsgesprekken, terug opnemen van eenvoudige en dagelijkse activiteiten, stilstaan bij mijn gevoelens en het zoeken naar zinvolle invulling van mijn vrije tijd. Na drie maanden voelde ik mijn stemming opklaren. Ik voelde terug wat genieten betekent, ik kon mijn man terug graag zien en zag hoe mijn kinderen hun eigen weg gaan.”
